Wie kwaliteit vergeet, verliest de markt voordat hij het weet
Vorige week kreeg ik mijn Peugeot 406 terug van een botoxbehandeling. Wat is ze weer mooi! In mijn tijd bij Peugeot Nederland was dit de company car voor de buitendienst. Trots was de organisatie op dit product, waarvan de meesten nog steeds rijden als taxi in een Afrikaans land, want zo goed zijn deze auto’s. Weemoedige gevoelens van een boomer, absoluut. Peugeot heeft helaas, als één van de labels van Stellantis, veel van zijn karakter verloren.
Veel merken hebben karakter ingeleverd. Dat is jammer, maar wat pas echt zorgwekkend is, zijn de kwaliteitsproblemen bij - vooral - Europese merken. Dit heeft in toenemende mate invloed op de restwaarden en ook steeds meer op de verkoopcijfers van deze merken. Aangewakkerd door milieueisen en heftige concurrentie hebben fabrikanten in rap tempo auto’s ontwikkeld met ‘een zwaar verhoogd risicoprofiel’.
Het restwaardeleed is nu al geschied en het gaat jaren duren voordat de imagoschade is hersteld.
Het gaat dan echt niet alleen over de beruchte 1.2 Puretech van Stellantis. Zo heeft Ford zijn Ecoboost, Volkswagen de TSI en eerder de TFSI-motoren (om maar niet te spreken over de DSG-bakken) en maakt Volvo mensen verdrietig met de ERAD-achteras. Volg de diverse merkfora en je valt van de ene verbazing in de andere. Er bestaan complete bedrijven die kunnen bestaan van het herstellen van de genoemde probleemissues. Op software- en elektrisch gebied zien we hetzelfde beeld. De Porsche Taycan, Renault Zoë en Volkswagen ID3 kunnen rustig worden bestempeld als risicovol.
7.000 euro
De financiële consequenties? Gaat u maar even zitten. De restwaarde van een Europese auto op benzine met probleemmotor uit 2017 en 90.000 km uit het B-segment is zomaar 2.000 euro lager dan van een Aziaat met een minder rijk uitgeruste uitvoering. Die auto was nieuw overigens ook al eens 3.000 euro goedkoper. Tel daarbij op de vroegtijdige vervanging van een natte distributieriem van 1.800 euro en de schade gaat al richting de zevenduizend euro. Inmiddels zijn er, mede als gevolg van wat publicaties en TV-uitzendingen, versoepelde coulanceregelingen en verlengde garantietermijnen, en dat is goed nieuws. Maar het is ook mosterd na de maaltijd, want het restwaardeleed is al geschied. Het gaat jaren duren voordat de imagoschade is hersteld.
De rest van de wereld bouwt door
Nu merkbeleving verdwijnt terwijl kwaliteit en klanttevredenheid steeds dominanter worden, krijgen Europese merken het zwaar. De weinig succesvolle implementatie van agentuurmodellen draagt ook niet bij aan een verbeterde kwaliteitsperceptie. In de tussentijd bouwen de Japanse en Koreaanse merken rustig verder aan de kwaliteit van hun producten (kijk eens naar de garantietermijnen) en bouwt China hard verder aan haar droom een auto-grootmacht te worden. Daarbij worden ze niet gehinderd door politiek kortetermijnbeleid. Na een uitgebreid leerproces bouwt China steeds leukere auto’s met stijgende verkoopcijfers als gevolg. En passant werd nog even een restwaarde-award meegepakt door Lynk & Co, een merk dat pas vier jaar in Nederland actief is. Na decennia lang Opel en Volkswagen als grootste merken te hebben gehad, zijn het nu Kia en Toyota die de verkoopranglijst aanvoeren.
Ik kan maar één ding zeggen: Herr Präsident, slaap zacht. Of beter nog: word wakker!
Lees het volledige artikel: