Nog maanden onduidelijkheid over bijtelling youngtimers. 'Waardeloos voorstel'
In april schreven veel media dat de youngtimerregeling gered zou zijn. Youngtimerspecialisten gaven toen op BKAN al aan dat dat wat al te optimistisch was. Wat was er aan de hand? De Tweede Kamer verzocht de regering om ‘voor de zomer met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling’ en dat zou ‘bijvoorbeeld [kunnen] door de regeling te bevriezen op ingangsjaar 2012, gecombineerd met een hoger bijtellingspercentage’. Gisteren is de regering met die opties gekomen, in dezelfde brief als waarin de pseudo-eindheffing aangepast werd. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën tekent daarbij direct aan dat er voorlopig nog geen besluit wordt genomen: dat gebeurt pas in augustus.
Vier opties
De youngtimerregeling werd door een amendement van Tweede Kamerlid Pieter Grinwis eind 2025 min of meer afgeschaft. De gevolgen voor de handel waren groot, want de wijziging vond op zo’n korte termijn plaats dat handelaren met voorraad bleven zitten die van de ene op de andere dag slecht verkoopbaar was geworden. Het was Grinwis zelf die de regering opriep om met een reparatievoorstel te komen.
Daarvoor geeft het kabinet nu vier verschillende opties. Bij drie van de vier wordt de youngtimerregeling afgebouwd, waarmee vandaag wel duidelijk is dat de youngtimerregeling zoals die er tot eind vorig jaar was voorgoed verleden tijd is geworden.
Optie 1: verhogen van de leeftijdsgrens naar 25 jaar, met een uitzondering voor auto’s tot en met bouwjaar 2010 — die blijven onder de regeling vallen.
Optie 2: verhogen van de leeftijdsgrens naar 25 jaar, met een overgangsregeling tot en met 31 december 2031 voor auto’s tot en met bouwjaar 2010.
Optie 3: leeftijdsgrens op 16 jaar houden.
Optie 4: leeftijdsgrens per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar.
Bijtellingspercentage niet omhoog
Pieter Grinwis stelde in zijn reparatievoorstel voor om de bijtelling voor youngtimers te verhogen in ruil voor het (gedeeltelijk) in stand houden van de regeling. Uit de brief van staatssecretaris Eerenberg wordt duidelijk dat dat voor het kabinet geen optie is. ‘Het kabinet ziet dit voor nu niet als een maatregel die kan worden ingezet voor dekking, omdat het bijtellingspercentage als doel heeft om bij benadering het genoten privévoordeel van de auto forfaitair vast te stellen.’ Een bijtellingspercentage verhogen om een begrotingstekort af te dekken is volgens de staatssecretaris dus nadrukkelijk geen optie; een eventuele verhoging moet goed onderbouwd worden, ‘juist gelet op het doel hiermee het privévoordeel te benaderen.’ Toch is zo’n verhoging niet helemaal van de baan, voegt hij eraan toe: ‘Ik ben wel bereid om nader onderzoek te doen of de huidige forfaits in de bijtelling het genoten privévoordeel voldoende weerspiegelen.’ De resultaten van dat onderzoek verwacht hij echter pas in het voorjaar van 2027.
Greentimerregeling
In alle vier de voorstellen van de staatssecretaris levert de bijtelling voor youngtimers minder op dan nu begroot is. Dat betekent dat elders dekking gezocht moet worden voor deze voorstellen. Een bijkomend probleem daarbij is dat de greentimerregeling door het kabinet gekoppeld is aan de youngtimerregeling. Hoe meer er van de youngtimerregeling overblijft, hoe minder budget er voor een greentimerregeling is. Of in de woorden van de staatssecretaris: ‘Dit zal kiezen in schaarste zijn. Hoe ruimer het afbouwpad voor de youngtimerregeling wordt, hoe minder financiële ruimte er is voor de greentimerregeling.’
‘Waardeloos voorstel’
Wouter van Embden, die met de youngtimerbranche strijdt voor een geleidelijke afbouw van de youngtimerregeling, is niet te spreken over de voorstellen van het kabinet. ‘Ik heb zelf óók voorgesteld dat er een greentimerregeling moest komen, ik noemde het de e-timerregeling. Maar als je kijkt naar wat er nu ligt? Ik vind het een waardeloos voorstel. Er is nog steeds onzekerheid én veel verandering op alle fronten: de pseudo-eindheffing, de wegenbelasting voor elektrische auto’s, de bijtelling voor youngtimers, een eventuele greentimerregeling; op íeder vlak weet je niet waar je aan toe bent.’
Van Embden legt uit waarom hij zo ontevreden is. "Op dit moment richt ik me vooral op de youngtimerregeling. De Kamer heeft gevraagd om de branche snel duidelijkheid te geven, maar nu zie je alweer dat het over de zomer heen getild wordt. Tegen die tijd is iedereen bezig met Prinsjesdag en zijn de youngtimers geen onderwerp meer — dan gaat het alleen nog over AOW, Box 3, hypotheekrenteaftrek en noem alles maar op. Ik had eigenlijk verwacht dat de staatssecretaris zou zeggen: 'Kamer, jullie veroorzaken dit probleem, los het dan ook maar zelf op en val mij er vooral niet mee lastig.' Dat zou dan dus alleen kunnen door middel van een amendement. Zo ging het zeventien jaar geleden ook. Maar het kabinet trekt het nu naar zich toe door zelf met voorstellen te komen én te zeggen dat verhoging van de bijtelling geen dekking is, zonder daarbij uit te leggen waarom dat zeventien jaar terug wél de dekking kon zijn."

Wouter van Embden.
Van Embden vindt dat de Tweede Kamer moet zeggen: 'Dit was een bedrijfsongeval, laten we het repareren in plaats van het steeds over dekking te hebben.' "Die branche staat echt stil op dit moment, dat blijkt ook uit cijfers van RDC. En voor zover er nog wel wat verkocht wordt, zie je nu al een duidelijke verschuiving naar 25 jaar en ouder. Dat kan toch niet de bedoeling zijn."
Geen volledig herstel
Toch zegt Van Embden dat duidelijkheid over de youngtimerregeling niet voor volledig herstel zal zorgen voor de branche. "Er zijn ook behoorlijk wat ondernemers die een zakelijke youngtimer rijden vanuit hun bv, dus die krijgen te maken met de pseudo-eindheffing. Die wordt bij auto’s tot en met 25 jaar oud berekend over de catalogusprijs. Dan kun je zeggen: oké, maar die youngtimerspecialisten kunnen zich gaan richten op greentimers. Maar de greentimerregeling is, zoals het er nu naar uitziet, ook een draak van een regeling. Ten eerste omdat hij zich specifiek richt op auto’s van vijf tot acht jaar oud. Dus na acht jaar worden die auto’s alsnog geëxporteerd. Daarnaast richt de regeling zich nog steeds op de nieuwwaarde en niet op de marktwaarde. Als iemand dit overweegt, zou ik zeggen: koop lekker een nieuwe."